Wie houdt de ouders in toom bij het jeugdvoetbal?

Veel agressie in het jeugdvoetbal wordt in de hand gewerkt door ouders en coaches. Dat is de conclusie van de afstudeerscriptie van de Groningse Kriste Homan (28), die daar onlangs de Boymans Aanmoedigingsprijs mee won. Mogelijke oplossing: een publieksarbiter.
Heel verrassend lijkt het niet dat ouders en coaches nogal eens over de schreef gaan. Zeker niet voor wie regelmatig langs het voetbalveld vertoeft. Toch vond Homan, opgegroeid in de stad Groningen, een paar interessante gedragingen.

 

Onderzoek

,,Op dit gebied is wel veel kwantitatief onderzoek gedaan’’, legt ze uit, ,,waarbij vooral de aantallen incidenten worden geteld. Maar er ligt nog maar heel weinig kwalitatief onderzoek, datgene wat ik heb gedaan: gesprekken, observaties, de praktijk. Onderzoek naar de oorzaak van bepaald gedrag. Wat mij vooral opviel, is de vanzelfsprekendheid waarmee mildere vormen van agressie worden toegestaan. Agressie wordt heel normaal, soms zelfs noodzakelijk gevonden door ouders en coaches. En dat is een gevaarlijke tendens, omdat daarmee de grenzen worden opgerekt.’’  Met de Aanmoedigingsprijs, voor de beste afstudeerscriptie op het gebied van sport, lichamelijke opvoeding en recreatie, won Homan 450 euro, een oorkonde en een bronzen plaquette.

Goedpraten

Homan, zelf voormalig spits van Omlandia in Ten Boer, voerde voor haar master sportbeleid en sportmanagement tientallen gesprekken met jeugdleden, ouders, coaches, scheidsrechters en bestuursleden van vijf voetbalverenigingen in Utrecht, waar ze studeert. Bovendien observeerde ze ook tientallen jeugdvoetbalwedstrijden van dezelfde clubs. Opvallend is dat veel van de geïnterviewden hun gedrag vaak feilloos weten goed te praten.

,,Ze weten dondersgoed wat er wel en niet kan’’, zegt Homan. ,,Welke overtreding je wel en welke je niet mag maken. En welke taal je bijvoorbeeld als ouder vooral niet uit moet slaan, of welke scheldwoorden. Maar als ze die woorden dan zelf gebruiken, dan blijken ze heel goed in staat dat goed te praten. En dan worden vaak argumenten gebruikt als de emotie die het spel oproept, de hitte van de strijd. Maar ook wordt heel vaak verwezen naar het belang van de winst. Vooral coaches zijn daar goed in. Om te kunnen winnen moet je nu eenmaal ‘mannelijk’ voetballen. Overtredingen die daarbij worden gemaakt, worden zo gelegitimeerd. De winst is zo belangrijk dat het mag. En niemand corrigeert ze.’’

Tolerant

Tegelijkertijd hebben ouders langs de kant opvallend weinig tolerantie voor tegenstanders. Een agressieve overtreding die hun eigen kind maakt, wordt verklaard vanuit de noodzaak van stevig voetbal, een vergelijkbare overtreding van een tegenstander is heel snel vuil spel. ,,Dat vind ik echt wel bijzonder’’, zegt Homan.

,,Mensen waar je heel gewoon en heel redelijk mee zit te praten, die heel goed weten wat wel en niet kan, die veranderen langs het veld ineens in onredelijke, soms zelfs oneerlijke individuen. Mensen die vooral fouten zien van de scheidsrechter, van de grensrechter van de tegenpartij. Maar agressie van hun eigen jeugd, hun eigen team, dat wordt heel snel uitgelegd als in dienst van het spel. ‘Een nuttige overtreding’, zeggen ze dan.’’

Gevolgen

Dat gedrag van ouders en coaches heeft kwalijke gevolgen, zegt Homan. ,,Jeugdspelers zeggen dat ze door dat geschreeuw langs de kant ook zelf agressiever worden in het veld. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat goed is. Ik denk van niet.’’

Wat de oplossing zou zijn? Een betere opleiding voor coaches, waarbij meer oog is voor normen en waarden? Een ‘publieksarbiter’ die langs de kant het gedrag van ouders in de gaten houdt? ,,Een bestuurslid dat ik sprak, opperde om een mystery guest aan te stellen. Die bezoekt dan wedstrijden om misstanden te rapporteren. Het is een optie. Of iemand die zelf de ouders aanspreekt, waarom niet? Andere ouders durven hen vaak niet te corrigeren. Ze vrezen dan een opstootje.’’

Grensrechter

Ook scheidsrechters zijn vaak het slachtoffer van, veelal verbale, agressie. En daarom beveelt Homan in haar scriptie aan om jeugdleden meer wedstrijden bij de eigen club te laten fluiten. ,,Jeugdleden vertelden me dat ze daardoor veel meer respect voor scheidsrechters hadden gekregen.’’ Een speciale aanbeveling in haar scriptie betreft de grensrechter. ,,Ook naar zijn rol moet gekeken worden’’, zegt Homan. ,,Van hem wordt aan de ene kant verwacht dat hij onpartijdig vlagt, terwijl zijn clubgenoten juist verwachten dat hij punten pakt. Dat strookt natuurlijk niet met elkaar.’’

Share this