Column: Maurice Graef

“Het Nederlandse voetbal zit in een dip. Zeg maar gerust een ravijn. Uitgeschakeld voor het WK, uitgespeeld in de Champions League en begin november ook al klaar in de Europa League. We zijn inmiddels van het niveau Liechtenstein. Om je kapot te schamen.

Waar het aan ligt? Aan ons allemaal! We hebben onze jeugd gepamperd, in een keurslijf gestopt en alle creativiteit afgenomen. We zetten ze op een kunstgrasveld en vertellen ze hoe ze zich moeten bewegen. De doodsteek van de ‘Hollandse School’!

Ga op zaterdag eens enkele jeugdwedstrijden bezoeken en het antwoord dient zich vanzelf aan. Zeker als je, zoals ik, naar de E- of D-jeugd van een BVO gaat kijken. De spelers worden allemaal al op hele vroege leeftijd vol gestopt met informatie. 75 minuten voor een wedstrijd aanwezig zijn voor de tactische bespreking. Enig idee hoe lang dat is? In elk geval langer dan de duur van hun wedstrijd. Het voelt als een eeuwigheid voor volwassenen, laat staan voor jongens van acht tot twaalf jaar.

Tegenwoordig wordt het jeugdvoetbal bij een BVO vooral geromantiseerd door de ouders die hun eigen tekort aan voetbalvermogen gecompenseerd willen zien. Ze denken allemaal dat ze de nieuwe ‘Messi’ hebben gemaakt, terwijl de kinderen nog zo jong zijn en er totaal niet te voorspellen valt hoe een kind zich ontwikkelt. Statistieken leren dat per jeugdteam in een BVO gemiddeld maximaal één speler profvoetballer wordt. Uitzonderingen bevestigen de regel. Het is dus vooral zaak te waken voor te hoge verwachtingen. Geniet van ieder moment zou het motto van de ouders moeten zijn.

Daarbij is profvoetbal een elitesport geworden voor kinderen die ouders hebben met geld. Gemiddeld € 350.- contributie per jaar betaal je bij de Limburgse BVO’s. Daarbij komen nog de reiskosten, de kosten voor vervangende kleding als een kind uit zijn trainingspak groeit en de kosten voor verblijf in hotel/pension bij buitenlandse toernooien. Ik kom nog uit de tijd dat ik met een busje werd opgehaald, elke speler een kledingpakket kreeg en uitwedstrijden met bus of busjes werden bezocht. Geen contributie en geen bemoeizucht van ouders. Want ook hier geldt de regel: wie betaalt bepaalt! Dus ouders die betalen gaan zich meer en meer bemoeien met de taken van de trainer.

Vaak reist de jeugd van een BVO naar uitwedstrijden met eigen vervoer. Extra tijd voor de ouders om hun kinderen ‘in te fluisteren’ wat er van hen verwacht wordt. Om vervolgens nog eens suf geluld te worden door de trainers, goedwillende vrijwilligers zonder betaald voetbal achtergrond. Resultaat: jongens van 8-12 jaar die op afstand bediend worden. Vooral nadenkend wat pa zei. Zich afvragend of de trainer niet gelijk heeft? Wie zou er kwader worden als het mij niet lukt? Een voorbeeld uit de praktijk. Spelertje bij een BVO maakt een fout waaruit tegenpartij scoort. In het kleedlokaal na afloop is hij verdrietig. Hoopt dat zijn vader niet te boos is. Want bij vorige fout heeft hij zijn telefoon een week moeten inleveren…

We verpakken de jeugd met goedbedoelde tips, tactische suggesties en opdrachten terwijl een kind van 8-12 juist moet genieten om creatief te kunnen zijn. Die creativiteit komt niet uit de ouders, niet uit de trainers, maar enkel en alleen uit het kind zelf! Geef kinderen de ruimte en de mogelijkheden om die creativiteit te ontdekken en te ontwikkelen. Laat ze improviseren. Laat ze plezier hebben en zich vrij voelen. Laat de wil om de beste te worden uit het kind zelf komen! Nu creëer je robots die op hun zestiende een hekel aan voetbal krijgen. Op het moment dat een spelertje een tegenstander passeert roepen tien ouders, twee trainers en zes medespelers dat diegene de bal moet afspelen. Afspelen? Die kinderen moeten vooral met zichzelf en de bal bezig zijn. Kijk eens naar de leeftijdskenmerken! Als ze nu niet mogen pingelen wanneer dan wel?

Alleen door te pingelen kun je een betere voetballer worden. Alleen door te pingelen voel je de vrijheid, de creativiteit om intuïtief te handelen. Alleen door te pingelen word je een betere voetballer. Denk je nu echt dat Messi, Ronaldo of Robben vroeger niet mochten pingelen? Juist het pingelen heeft ze gevormd. Maar onze generatie trainers en ouders wil hun kind in een keurslijf stoppen. Samenspelen, driehoekjes, positiespel. Flikker op! Pingelen, pingelen en nog eens pingelen! Geen eenheidsworsten creëren maar voetbal Picasso’s. Een goede begeleider geeft de jeugd die ruimte, en geeft ze, naarmate ze ouder worden, aan waar op het veld ze mogen pingelen.

Maar hoe nu verder bij de BVO’s? Kwaliteit in trainers, voornamelijk ex-profvoetballers die het klappen van de zweep kennen en het kunnen overbrengen. Ik neem aan dat de KNVB dit belangrijk genoeg vindt om daar een potje voor aan te boren? Toegankelijkheid voor spelertjes onafhankelijk van het inkomen van de ouders. Wellicht in samenspraak met het Jeugdsportfonds? Kwaliteit in begeleiding met duidelijkheid naar ouders over het hoe en waarom. Welke taak hebben zij in het proces en welk gedrag hoort hier bij? En dan het belangrijkste: focus op pingelen! Ik ben voorstander van een KNVB-pingelacademie met begeleiding van ExProfs die zich herkennen in dit verhaal. Daar heb je geen Masterplan voor nodig, alleen goede begeleiding. Het is tijd voor de nieuwe Hollandse School, het is tijd om de nieuwe Robben op te leiden.”

Maurice Graef is ExProf van VVV, N.E.C. en Roda JC ( https://exprofs.nl/column/de-pingelacademie/ )

Zie ook: www.wijzijnkerngezond.nl

Share this