| Login |
|
|
| Saturday, July 31, 2010
|
|
SPORTCLUB IRENE
POSTBUS 3014
5931 AA TEGELEN
SPORTPARK
DE BAKENBOS
BAKENBOSWEG 4
TEGELEN
(077) 326 00 55
|
 |
Een kort overzicht
|
|
|
|
|
Op 12 mei 1907 werd de eerste voetbalclub (in reglementair verband) opgericht uit een combinatie van Tiglia-Wilhelmina-Drie Kronen. De naam werd Tegelse Voetbal Vereniging. Het was T.V.V. die aan de wieg stond van het huidige Sportclub Irene, dat uiteindelijk na vele fusies in 1949 ontstaan is uit een samengaan van VV Steyl, VV Tegelen en Tegelse Herten. Het is dit jaar dan ook 100 jaar geleden dat voor onze vereniging het balletje in Tegelen ging rollen.
De club heeft een roemrijk verleden. De belangrijkste sportieve hoogtepunten worden opgetekend als T.A.C. (T.V.V.-Achilles Combinatie) in de jaren twintig, beginjaren dertig als V.V. Tegelen en eind vijftig, begin zestiger en begin zeventigerjaren als Sportclub Irene. In die jaren draaide de club mee in de hoogste regionen van het amateurvoetbal en streed regelmatig om het landelijke amateurkampioenschap. Van recentere datum zijn het kampioenschap in 1988 in de vierde klasse K.N.V.B. en de promotie in seizoen 2005-2006 naar eveneens de derde klasse. Inmiddels telt Sportclub Irene 800 leden, 44 elftallen met 100 leiders en 150 vrijwilligers, inclusief veteranen, een dameselftal en drie meisjesteams. Met recht één grote familie te noemen. De gloednieuwe accommodatie aan de Bakenbos is voor zo’n grote club een geschenk uit de hemel gebleken.
In de aanloop naar het jubileumweekend (12 en 13 mei 2007) verschenen zes artikelen over onze clubgeschiedenis in de Tegelse Courant. Hier kunt u ze nog eens rustig nalezen.
|
|
|
Geschiedenis Sportclub Irene
|
|
|
|
|
 1. De vooroorlogse jaren |
In dit eerste deel herleef ik als Irene-man opnieuw de eerste vier decennia toen Tegelen vergeven was van de voetbalclubs. De verenigingsstamboom maakt dit meteen duidelijk.

Lente 1904 lig ik met vrienden bij Kuëbeske in de wei met open mond te luisteren naar Sjeng Driessen en Lot Meyboom. Zij vertellen over een nieuwe rage uit Engeland, een spel met een bal en een doel. ‘Men noemt het voetbal’, vertelt Sjeng ‘en een paar Venlose spelen het spelke al.’ ‘Maar wat die doon, kenne weej vuuel baeter’ vult Lot aan. Ik transpireer…het klinkt wel erg spannend, dat voetbal. Ik kijk mijn vrienden eens aan en ontwaar eenzelfde blik in hun ogen: wij willen ook voetballen! ‘Mannen, we richten een voetbalclub op!’ schreeuw ik het opeens uit. En zo richten we die zondagmiddag voetbalclub De Drie Kronen op, met het gelijknamige café als sponsor van de doelpalen. We sturen Sjeng naar Venlo om een echte leren bal te kopen, bekostigd van onze zuurverdiende kermiscenten. We trainen op de Bosscherwei, de een op klompen, de ander op soldatenkistjes. Ik offer mien sóndesse sjoon op, maakt me niets uit…ik heb nu al mijn hart verloren aan dit nieuwe spel. En met mij steeds meer anderen in Tegelen. Andere vriendengroepen richten Tiglia en Wilhelmina op. ‘Wat ’n ‘hampelemen’ roepen voorbijgangers als we tegen elkaar wedstrijdje spelen. Draagvlak bij de bevolking is inderdaad ver te zoeken. Onbekend maakt onbemind, denk ik bij mezelf. We verhuizen van wei naar wei om maar ergens te kunnen ballen en merken, dat dit niet de juiste weg is om het voetbal in Tegelen levensvatbaar te maken. Samen staan we sterker: dus ziet op 12 mei 1907 de Tegelse Voetbal Vereniging het levenslicht. Honderd jaar later verneem ik dat deze datum wordt beschouwd als de dag, waarop in Tegelen het voetbal in gereglementeerd verband is ingevoerd. Ik krijg kippenvel…we hadden toen een vooruitziende blik.
TVV start met vriendschappelijke wedstrijden op de Hofmansplak aan de Hoogstraat. Op het werk praten ze over niets anders meer dan voetbal. De populariteit ervan neemt zienderogen toe; op Steyl ontstaat Achilles en op de Hei de Tegelse Voetbal Club. We krijgen de techniek en het voetbalinzicht steeds beter onder de knie. ‘Die oet Tegele zien gèn sjlechte’, klagen onze tegenstanders na de zoveelste nederlaag. Tijd voor het echte werk, denkt ons bestuur en in 1911 krijgen we op de Rivierstraat een echt voetbalterrein met afrastering en gaan zelfs entreegeld heffen. De hele week spits ik me op de zondag als we weer de wei in mogen. Na zestig uur ploeteren en zweten in de pannenfabriek van d’n Tief, wil ik niks anders dan een balletje trappen met mien kammeräöj. En natuurlijk gezellig nao-praote bij kefee De Munt. Toch was het gistermiddag anders, ik miste een paar mannen. ‘Opgeroepen voor de mobilisatie’, legt de voorzitter uit. ‘En bij Achilles en TVC is het net zo. We krijgen amper meer een fatsoenlijk elftal op de been.’ De volgende dag ervaar ik de oorlogscrisis zelf aan den lijve. Ós mam komt naar me toe: ‘Het hout is op, sjlijp die goolpäöl heej haer. Den kenne weej waer ’n week vuroet.’ ‘Maar mooder’, sputter ik tegen, ‘den kenne weej neet mieër voetballe.’ ‘Niks mei te make, sanik neet en sjeet op met die päöl!’ Mam is de baas en met tranen in mijn ogen haal ik ’s avonds stiekem een doelpaal van ons terrein weg. Deze zwarte dag is me altijd bijgebleven.
In 1916 worden we ondanks het spelerstekort kampioen in de 1e Klasse Noord en promoveren naar de Nederlandse Voetbal Bond. ‘Waar spelen we onze thuiswedstrijden eigenlijk?’ vraag ik de voorzitter. Deze heeft zichtbaar moeite met antwoorden: ‘Alles is afgebroken, er is niets meer over. We trekken ons terug uit de competitie.’ Ik sta te trillen op mijn benen; zonder veld geen wedstrijden en dus geen voetbal in Tegelen. ‘Niks d’r van’ reageer ik furieus ‘dan gaan we maar samen met die jongens van Achilles of Geel-Blauw, die zitten met dezelfde ellende.’
Zo gezegd, zo gedaan. Onder leiding van Lambert Gitmans fuseren op 18 april 1918 mijn club TVV en Achilles en heten voortaan TAC (TVV-Achilles Combinatie). Geel-Blauw op de Hei blijft liever zelfstandig. Ik ben blij met het resultaat maar nog gelukkiger met het einde van die vreselijke oorlog. Nu nog een eigen speelveld. De reddende engel is Nöl Driessen, die zijn terrein aan de Kerkhoflaan aanbiedt. Onze voorzitter: ‘Geweldig, we melden ons meteen aan voor de NVB competitie in de 2e Klasse.’ Eindelijk, elke zondag poets ik mijn ‘voetbalschoenen’ tot ze glimmen en haast me naar het veld. Het is heerlijk voetballen met de ‘Witte’ van Hovens en de ‘Witte’ van Verlinden, we vinden elkaar blindelings. In deze twintiger jaren loopt Tegelen over van voetbaltalent, maar grote successen blijven uit. Ik zie de toekomst somber in, en met mij vele anderen. Er komt weinig publiek en onze club moet ‘sjmaalbatse’. Opnieuw fuseren dan maar, ditmaal met TSV. Ik ben niet zo’n fan van de Hei, maar ja, nood breekt wet. Op de ledenvergadering van 13 juli 1926 stem ik voor VV Tegelen. Ben benieuwd of ze me bij het eerste indelen. Ik verruil mijn tenue voor een zwarte broek en een rood tricot met goudgele kraag en manchetten. ‘Goede keus’ complimenteer ik de nieuwe voorzitter Lambert Houba. Na enkele proefwedstrijden blijkt dat ik bij het eerste zit. We starten in de 2e Klasse Zuid van de KNVB. Het is wennen aan de nieuwe medespelers en het niveau van tegenstanders als VVV, De Valk en Helmond. VV Tegelen wordt uiteindelijk tweede.
Vol goede moed beginnen we aan het seizoen ’27-’28. Op de nieuwe accommodatie aan de Haandert stroomt het publiek wekelijks toe. We spelen de sterren van de hemel en na negen speelrondes hebben we nog geen verliespunt. ‘Volgende week komt Helmond’ houdt de trainer ons voor, ‘dus trainen we deze week extra scherp.’ Zondagochtend om 6.00 uur ben ik klaarwakker. Een vreemd gevoel bekruipt me, het voelt alsof deze confrontatie te vroeg komt. Niet piekeren, tas inpakken en hup naar het veld. Een menigte van 4.000 toeschouwers bevolkt ons terrein. Rillingen lopen over mijn rug en ik voel me ongemakkelijk bij zo’n entourage. Ik sta in de voorhoede en probeer mijn zenuwen te bedwingen. Tegelen trapt af en neemt meteen het initiatief. Met een 2-0 voorsprong lijkt de overwinning binnen handbereik. Maar de aanvallen van Helmond houden aan en als de scheids het eindsignaal fluit, staat het 2-2. Mijn voorgevoel laat me niet in de steek, Helmond wordt kampioen van de Zuidelijke 2e Klasse en wij worden tweede. ‘Onze tijd komt nog,’ volgens keeper Frans Swinckels. Ik hoop dat ie gelijk krijgt.
Zomer 1927 wordt VV Steyl opgericht. De Rood-Zwarten worden meteen twee jaar achterelkaar kampioen. Onder voorzitter Verstraelen groeit Steyl uit tot een hechte club en geduchte tegenstander, ook voor VV Tegelen. We krijgen steeds meer concurrentie. In 1928 ziet DSS het levenslicht, opgericht door vijf Heierse jongens van 13 tot 17 jaar! In hun eerste seizoen in de 2e Klasse Noord LVB schiet DSS alles en iedereen aan flarden en wordt kampioen met een doelpuntensaldo van 134-27! ‘Die spitsen kunnen we bij VV Tegelen goed gebruiken’ denk ik bij mezelf. Ik bezoek regelmatig de revue optredens van DSS en amuseer me op de Leemhorsterkermis. In 1931 wordt zelfs een vijfde Tegelse voetbalclub opgericht, VIOST met als voorzitter Hén Bors. Ik zie langzaam door ‘de vele clubs de bal niet meer’. In de seizoenen’29 tot ’33 word ik soms wanhopig dat we als VV Tegelen net niet kampioen worden. Resoluut besluit ik dat ’33-’34 mijn laatste seizoen wordt. We draaien voor het zoveelste jaar bovenin mee…samen met Helmond. De beslissing wordt op 6 mei 1934 in Helmond uitgevochten. Dit keer ben ik niet om 6.00 uur wakker en heb ook geen onbestemd gevoel in mijn buik. We vertrekken per bus met in ons kielzog honderden Tegelenaren, die de vermoeiende reis per fiets of openbaar vervoer afleggen. We stellen hen niet teleur: in een glansrijke wedstrijd laten we geen spaan heel van de Helmondse verdediging: 2-10. Trots als een pauw loop ik het veld af, twee doelpunten komen op mijn conto. Gans Tegelen onthaalt mij en mijn medespelers bij het veer: keeper Frans Swinckels, achterhoede Baer v.d. Kerkhof en Sjeng Beurskens, middenvelders Chris Driessen, Lowie Dondith en Dries Teeuwen, voorhoede Jupp Thönissen, Hoeb Huys, Jo Nelissen, Pierre van Rhee, Jac Thissen, Frans Oehlen en Piet Ambaum. Na alle feestelijkheden spelen we nog promotiedegradatie wedstrijden die minder succesvol verlopen. We lopen de vurig gewenste promotie naar de 1e Klasse mis. Na dit hoogtepunt hang ik mijn voetbalschoenen aan de wilgen, het is mooi geweest.
.jpg)
De wereld om me heen ontwikkelt zich in negatieve zin en de Tegelse voetbalclubs belanden wederom in uiterst moeilijke omstandigheden. Tijdens de oorlog wordt weinig gevoetbald, we hebben onze energie nodig om te overleven. Als tijdelijke oplossing fuseren in 1944 DSS en VIOST nog tot Tegelse Herten met als drijvende kracht Wielke Timmermans, mijn kapper in die jaren. Ik zie geen heil in vier clubs in een gemeente van 15.000 inwoners (Tiglia bestaat ook nog): een omvangrijke fusie is onvermijdelijk. Ik trek de stoute schoenen aan en verzoek meester Wiel Reynders de besturen van Tegelen, Steyl en Tegelse Herten bij elkaar te brengen. Er gloort hoop op een goed eindresultaat als hij Jeu Gitmans weet te strikken om de verhitte fusiegesprekken te leidden. Ik beleef hoe Jeu als een ware informateur de drie ledenvergaderingen opmaakt voor de slotstemming op 1 augustus 1949: Tegelen 91 vóór en 27 tégen, Tegelse Herten 57 vóór en 32 tégen, Steyl 53 vóór en 37 tégen. Sportclub Irene is een feit! Ik slaak een zucht van verlichting: eindelijk één club met alle voetbaltalent in Tegelen samengebald. Hoe deze fusie zal uitpakken, lezen jullie in deel 2.
Mark Koppers |
 2. De gloriejaren 50-60 |
Na het verhaal over de vooroorlogse geschiedenis in deel 1 van deze Sportclub Irene kroniek, keer ik vandaag terug naar de jaren vijftig en zestig, toen een gouden generatie Irene spelers de dienst uitmaakten op de Nederlandse voetbalvelden.
We eindigden deel 1 met de oprichting van Sportclub Irene in augustus 1949, fusieclub van VV Tegelen, Tegelse Herten en VV Steyl. Het tenue van de nieuwe voetbalclub bestaat uit de Koninklijke kleuren rood-wit-blauw, witte broek en blauwe kousen. Voorzitter wordt Jeu Gitmans, die op voortreffelijke wijze de fusiebesprekingen tot een goed einde had geleid. Het hoofdterrein wordt de Alland (nu Nieuw Steyl), de lagere teams spelen aan de Watertoren en de jeugd speelt op de Heideweg. Grootste uitdaging voor de elftalcommissie is de verdeling van spelers over de elftallen, in het bijzonder natuurlijk van het eerste team. Immers, bij alle drie de fusieclubs spelen enkele weergaloze voetballers. Hoe dát nu ‘oet d’n aek te dreie’? De wijze mannen van de elftalcommissie komen er gelukkig uit en Sportclub Irene start het seizoen ’49-’50 met acht seniorenelftallen. Het eerste team wordt ingedeeld in de 3e Klasse KNVB. Onder leiding van trainer Lodensteyn worden alle tegenstanders zoek gespeeld en met een voorsprong van maar liefst 10 punten wordt Sportclub Irene glansrijk kampioen. Ook de daaropvolgende promotiedegradatie competitie wordt gewonnen, waarmee terugkeer in de 2e Klasse meteen een feit is. Ook het tweede wordt kampioen. Een mooiere start als fusieclub kun je niet bedenken!
Onder de bezielende leiding van Wieke Verlinden wordt in 1953 het terrein aan de Watertoren opgekalefaterd om voortaan als hoofdveld te dienen. Onder August Derks, die circa 20 jaar lang de voorzittershamer zal hanteren, maakt de club een sportieve bloei door die zijn weerga niet kent. Uit de jeugd komt steeds meer talent voort en al snel wordt duidelijk dat zich een unieke generatie aankondigt, die klaarstaat om Sportclub Irene naar de top van het amateurvoetbal te schieten. Succesverhalen verneem je het liefst van de personen in kwestie, vandaar dat ik aanschuif bij enkele coryfeeën die het allemaal zelf meegemaakt hebben. Ik ga terug naar de gouden jaren met Paul Beurskens (linkshalf), Pierre ‘De Koso’ Vossen (spits) en de broers Herm (spil) en Geert Geraats (rechtsbinnen). Herm is de administrateur van het elftal en heeft elk seizoen minutieus bijgehouden: spelers, uitslagen, topscorers etc. Al snel vliegen me de doelpunten om de oren! ‘Onze zegetocht begon in het seizoen ’56-’57, toen we eindelijk kampioen werden in de 2e Klasse,’ begint Herm Geraats. De Koso: ‘Maar pas nadat we halverwege met 2-0 van Tiglia hadden gewonnen.’ Medeverantwoordelijk is trainer Willems, die de conditietraining verzorgt en als gymnastiekleraar daar wel raad mee weet. ‘Ik herinner me nog goed de gelijktijdige viering van het 50 jarig jubileum en ons kampioenschap’ weet Geert Geraats. ‘We werden aan de lopende band kampioen’ vertelt Paul, ‘in seizoen ’57-’58 scoorden we zelfs 88 doelpunten.’ In juli 1958 lukte het wel promotie naar de 1e Klasse af te dwingen, na een zinderende beslissingswedstrijd in Boxtel tegen TSC Oosterhout (3-2). Herm: ‘De 1e Klasse was toen het hoogst haalbare in het amateurvoetbal, landelijk waren er slechts drie afdelingen. Er bestond nog geen hoofdklasse.’ Ook in de hoogste amateurklasse etaleert Sportclub Irene oogstrelend voetbal en wordt in seizoen ’58-’59 met groot machtsvertoon kampioen. Paul staan de daaropvolgende wedstrijden om het landelijke amateurkampioenschap nog helder voor de geest. ‘Uit tegen Esca Arnhem verloren we krap met 3-2. Thuis tegen Gouda zagen 4.100 toeschouwers ons met 1-2 onderuit gaan.’ ‘Een week later herstelden we de schade door in Gouda met 1-0 te winnen’ glundert De Koso. ‘En thuis gaven we Esca met 3-0 klop’. Het mocht niet baten, Sportclub Irene eindigt als tweede in het landskampioenschap der amateurs, een nog niet eerder geëvenaarde prestatie in het Tegelse voetbal.
Dit dreamteam verblijft vijftien jaar in de 1e Klasse KNVB, van seizoen ’58-’59 tot en met seizoen ’71-’72! Dit is in die tijd het langste verblijf van een amateur voetbalclub in de 1e Klasse. Geert oppert: ‘En het mooie was, wij kregen geen rooie cent betaald. Terwijl we bij thuiswedstrijden gemiddeld 2.000 toeschouwers hadden.’ ‘Haha’ lacht Herm ‘vanwege onze populariteit mochten we niet op dezelfde dag als VVV thuisspelen. Dat kostte die Venlose teveel toeschouwers!’ ‘Het waren wel lange zondagen’ herinnert Pierre Vossen zich. ‘Als we uitspeelden tegen Alliance Roosendaal of MOC in Bergen op Zoom, zaten we eerst drie uur in de trein. De warming-up bestond uit de wandeling van station naar voetbalterrein!’ Paul Beurskens grinnikt: ‘De uitsmijter in de restauratiewagen op de terugreis maakte veel goed. En bij thuiskomst gezellig een pintje vatten bij Sjang van Dijk.’ De Koso herinnert zich nog een voorval, dat de deplorabele toestand van sommige accommodaties weergeeft. ‘We speelden eens hartje winter uit tegen Almania in Broek-Sittard, het vroor dat het kraakte. Maar gevoetbald werd er. Alleen de douche na afloop was niet zo’n succes: buiten op een bankje stonden 11 kommen water opgesteld…daar konden we het mee doen!’

Het hoogstaande niveau van het Irene-voetbal in de jaren zestig blijkt niet alleen uit het langdurige verblijf in de 1e Klasse. Herm vertelt: ‘In seizoen ’59-’60 hadden we de Hongaarse voetbalinternational Vereb als trainer. Hij was betaald trainer in Koog aan de Zaan en kwam tweemaal per week naar Tegelen om ons te trainen. Zondags had Jeu Coopmans de leiding.’ Andere betaalde trainers met papieren die Sportclub Irene in deze gouden jaren trainden, waren Toth, De Zeeuw en Alex van Doesborg. De opkomst van het profvoetbal bleef echter ook Sportclub Irene niet bespaard. Veel jeugdtalent ging overstag voor het ‘grote’ geld. Herm Geraats kan erover meepraten. Hij maakte een tijdelijke overstap naar VVV. ‘Bij winst ontving ik ƒ80, bij gelijkspel ƒ40 en verder nog ƒ5 per training; dat was meer dan een hele week ‘paeze’ bij de Globe. Spelers zagen trouwens zelf niets terug van de ƒ3.000, die clubs bij verkoop van een speler ontvingen.’
De saamhorigheid en gezelligheid binnen Sportclub Irene is altijd een belangrijke waarde van de vereniging geweest. Dit blijkt wel uit het feit dat de kampioensploeg uit 1959 sinds de jaren negentig weer elk jaar bij elkaar komt. Al vijftien jaar organiseren spelers en hun partner op de eerste zaterdag in juni een activiteit en worden herinneringen van toen opgehaald. ‘Dit jaar komen we met zijn allen naar de receptie van het honderdjarige jubileum van Sportclub Irene’ besluit gastheer Paul Beurskens. Met dit mooie voornemen sluit ik de gloriejaren van Sportclub Irene in de 1e Klasse af.
Mark Koppers
|
 3. De jaren 70-80 |
In deel 3 van de kroniek 100 jaar Sportclub Irene is het de beurt aan de periode eindjaren zestig tot begin tachtig, waarin zowel ups als downs zich voordoen.
Ik pak de draad op in 1968. Sportclub Irene speelt nog steeds 1e klasse KNVB, zij het niet meer zo dominant als in de jaren daarvoor. Het eerste elftal is regelmatig te gast bij clubs in heel Nederland, waar onze manschappen het schrijnende contrast met de eigen accommodatie aan de Watertoren opvalt. Sportclub Irene heeft geen kantine en de kleedkamers zijn zo lek als een mandje. De vereniging heeft altijd veel moeite moeten doen om een geschikte locatie te vinden en zich vaak noodgedwongen tevreden gesteld met een ondermaatse accommodatie. Een accommodatie, een grootse club als Sportclub Irene niet waardig. Het bestuur onder voorzitterschap van August Derks erkent dat deze situatie niet langer houdbaar is en besluit tot een omvangrijke renovatie. Met vereende krachten toveren vele Irene-leden de kleedlokalen bij het hoofdveld om tot kantine en bouwen bij het tweede veld nieuwe kleedruimtes. De club telt intussen 500 leden, zeven seniorenteams, een sterke jeugdafdeling en een veteranenafdeling. Een deugdelijke behuizing is dus geen overbodige luxe.
Na ruim 20 jaar voorzitterschap neemt August Derks in 1971 afscheid en wordt uit waardering voor zijn imposante staat van dienst meteen tot erevoorzitter benoemd. Ondanks de verbeteringen op bouwkundig vlak kan het eerste team de successen uit de jaren vijftig niet evenaren en heeft steeds meer moeite zich te handhaven in de hoogste klasse. Het betaalde voetbal stelt nadrukkelijk interesse in de sterspelers van Sportclub Irene. De uitstekende reputatie van de jeugdopleiding onder leiding van Frans Stoffels is ook bekend bij V.V.V. en verschillende jonge Irene-talenten maken de overstap. Tegelijkertijd zijn de meesten van de gouden generatie al lang gestopt en heeft de jeugd nog onvoldoende ervaring op het hoogste niveau. Op 8 april 1973 komt na vijftien jaar furore een einde aan het eerste klasse schap van Sportclub Irene. SVM uit Munstergeleen is in de beslissende wedstrijd met 4-2 te sterk.
Verlopen de sportieve resultaten in eerste instantie minder voortvarend - vandaag de dag zouden we tekenen voor de tweede klasse - de accommodatie ondergaat tegelijkertijd een ware metamorfose. Pierre Niessen was als drijvende kracht al betrokken bij de eerste renovatie in 1968 en als nieuwe voorzitter zet hij de definitieve modernisering van het complex aan de Watertoren in gang. Zijn eerste grote verdienste is de nieuwbouw van een kantine, die in oktober 1972 door erevoorzitter Derks officieel geopend wordt als ‘De Bron’. Eindelijk beschikt Sportclub Irene over een eigen clubhuis met moderne faciliteiten voor de leden. Vervolgens worden het hele complex en het hoofdveld voorzien van een degelijke afrastering en komt er een fatsoenlijke bestuurskamer. In 1978 worden de bestaande kleedlokalen onder handen genomen. Weer vijf jaar later vindt naast de kantine uitbreiding plaats met vier nieuwe kleedlokalen, een masseerruimte en twee scheidsrechterskamers. Ten slotte initieert Niessen de aanleg van twee nieuwe speelvelden en een trainingsveld. Het complex is daarmee klaar voor de toekomst en ingesteld op verdere groei van de vereniging. De accommodatie aan de Watertoren zal uiteindelijk tot 2005 dienst doen wanneer de velden moeten wijken voor de aanleg van de snelweg A74.
Het verblijf in de 2e klasse is slechts van korte duur. In het seizoen ’74-’75 stelt Sportclub Irene onder leiding van trainer Frans Swinkels orde op zaken door bereids vijf wedstrijden vóór het competitie-einde de kampioensvlag te hijsen. In 17 wedstrijden weet alleen De Ster één schamel puntje van de kampioen af te snoepen. Met een doelsaldo van 43 voor en slechts 5 tegen komen herinneringen aan de successen van weleer weer bovendrijven! En niet onterecht, want het volgende seizoen in de vertrouwde 1e klasse blijft Sportclub Irene maar winnen. Elf wedstrijden op rij ongeslagen, daar kun je mee thuiskomen! Helaas is er één club die nog sterker is: met één punt minder eindigt Sportclub Irene achter kampioen EHC Hoensbroek. Desondanks vestigt dit Irene-elftal een clubrecord door 44 wedstrijden achtereenvolgend ongeslagen te blijven!

Na dit prachtige seizoen stoppen enkele ervaren spelers, gaan bij een lager team spelen of vertrekken naar andere clubs. De aanwas vanuit de jeugd is nog niet van dien aard, dat men het hoge niveau aankan. Door een combinatie van omstandigheden verlopen de volgende seizoenen dramatisch voor het eerste elftal en daarmee indirect ook voor de vereniging. Drie achtereenvolgende degradaties doet Sportclub Irene in de kelder van het amateurvoetbal belanden, de vierde klasse. Het grote publiek, afgezien van de echte trouwe supporters, laat het afweten waardoor de club belangrijke inkomsten misloopt. En misschien nog wel belangrijker, de reputatie die Sportclub Irene in de verre omtrek heeft, loopt flinke deuken op. De Watertoren is niet langer een onneembare vesting. Echter, zoals zo vaak al gebeurde in vroegere tijden, krabbelt Sportclub Irene ook nu uit het dal. Hoe dit proces is verlopen, lezen jullie in deel 4.
Mark Koppers
|
 4. De bestuursjaren 80 en 90 |
Deel vier beschrijft de bestuursjaren tachtig en negentig onder voorzitterschap van Gerrit Hagens (1983-1992) en Ton Boonhof (1992–1997).
Begin jaren tachtig ontstaat bij leden onrust over de situatie van de vereniging op zowel sportief als financieel gebied. Na drie achtereenvolgende degradaties naar de vierde klasse telt Sportclub Irene niet meer mee. Het publiek blijft weg, er zijn weinig nieuwe aanmeldingen en de inkomsten lopen sterk terug. Eind 1983 wordt een interim-bestuur gelanceerd, dat het tij ten goede moet keren. Sportclub Irene telt dan circa 325 leden. Als interim-voorzitter krijgt Gerrit Hagens de opdracht de toestand van de vereniging te inventariseren en een onafhankelijke partij onderzoek te laten doen naar de financiële situatie. De situatie blijkt niet uitzichtloos, maar de conclusie is wel dat de komende jaren fors bezuinigd moet worden en alle uitgaven dubbel en dwars verantwoord moeten worden. De ledenvergadering schenkt in september 1984 het vertrouwen aan een definitief bestuur met Gerrit Hagens als voorzitter en Ton Boonhof als penningmeester. Gerrit Hagens vertelt: ‘Het dagelijkse bestuur was jong van samenstelling en had weinig ervaring. We hadden geen middelen, dus de belangrijkste taak was het op orde brengen van de financiën. Gelukkig hadden we met Ton de juiste penningmeester, die de onderhandelingen met banken en gemeente meestal in ons voordeel wist te beslissen.’ Ton vult aan: ‘In deze zware tijd bleek dat veel Tegelse mensen Sportclub Irene nog steeds een warm hart toedroegen. En dat heeft ons vaak overeind gehouden.’ Gerrit herinnert zich: ‘Vlak voor de winter ging de verwarmingsketel kapot. Geen warm water, geen verwarming én geen geld voor reparatie. Ook toen zijn Tegelse ondernemers ons te hulp geschoten. Waarvoor ik hun nog steeds dankbaar ben.’ ‘Ik was gepensioneerd’ vertelt Gerrit ‘en was dagelijks op de Watertoren aanwezig om vrijwilligers te begeleiden, problemen op te lossen enzovoorts. Ondanks de moeilijke omstandigheden waarin we als bestuur verkeerden, is een zeer hechte band tussen ons ontstaan.’ Ton: ‘Samenvattend kun je stellen, dat we de eerste drie jaar dagelijks in de weer waren om onze club in stand te houden.’
Na deze beginfase kan het bestuur zich meer richten op beleidsmatige zaken. Als eerste wordt onder aanvoering van jeugdvoorzitter Bart Hovens en sporttechnisch kaderfunctionaris Theo Pantsers de jeugdafdeling organisatorisch beter op poten gezet. Zij vaardigen procedures en trainingsinstructies uit voor de jeugdleiders. Sportclub Irene ziet immers de jeugd als basis voor de selectie. Ten tweede wordt een vrijwilligerskorps gevormd voor de begeleiding van reclasseringsmensen met taakstraffen, die gratis hand en spandiensten op het complex verrichten. Verder wordt energie gestoken in het terugwinnen van leden om weer actief te worden voor Sportclub Irene. Tegenwoordig heet dat een imagocampagne! Ton: ‘Gerrit ging het lief en leed binnen de vereniging volgen om de betrokkenheid met de leden te vergroten. Ook de huldiging van langjarige leden behoorde daartoe, bijvoorbeeld van Louis van Dondith, die in 1991 70 jaar lid was.’ Gerrit: ‘Het familiegevoel binnen de club bloeide weer op. Een enorme aanjager hierbij was het uitkomen van het Oelestrio in 1986, dat bestond uit Irene leden prins Piet Denessen met adjudanten Bèr Vinken en Ger Gerards. Ton en ik wisten als enigen ervan en moesten uiterste geheimhouding bewaren tijdens de geldinzameling bij de Tegelse middenstand.’ In kantine ‘De Bron’ vond dat jaar een geweldig vastelaovendfiës plaats dat zijn weerga niet kende. De bus van de Oeles kwam vast te zitten in de sneeuw en iedereen bleef in de kantine doorfeesten. Het Irene-trio heeft toen veel goodwill voor onze club in Tegelen gekweekt.
Op sportief gebied wordt getracht het eerste elftal op hoger niveau te krijgen. Beginjaren tachtig hebben we weinig geluk met trainers, pas in 1987 komt de ‘Wende’ met de komst van Jeu Heger en krijgt Sportclub Irene de wind weer in de zeilen. Ton Boonhof: ‘Achteraf bezien was het een gelukkige samenloop van omstandigheden. We vonden met Jeu de trainer die we zolang wensten en werden eindelijk kampioen in de 4e klasse. Dit betekende extra inkomsten. En in hetzelfde jaar werd Oranje Europees kampioen en wilde plotsklaps iedereen bij voetbal.’ Ton maakt duidelijk dat Sportclub Irene door deze gebeurtenissen weer een solide naam en erkenning opbouwde en daardoor het meest profiteerde van de toestroom aan jeugdspelers. Het ledenaantal groeide snel naar 500. ‘We bloeiden als vereniging helemaal op en konden zelfs een nieuwe hoofdsponsor contracteren, onze overbuurman. Dat betekende meer zekerheid voor de vereniging en langzaamaan konden we weer denken aan investeren in plaats van alleen maar bezuinigen. De ledenaanwas betekende al snel ruimtetekort. We hebben nieuwe kleedlokalen gebouwd en de renovatie van de velden aangepakt.’ ‘Over de renovatie van het hoofdveld weet ik nog een leuke anekdote’ lacht Gerrit. ‘De opzichter van de aannemer stuitte tijdens het graven op een put, misschien wel uit de oudheid. Ik ben meteen gaan kijken en heb hem zonder enig overleg meteen opgedragen: zand erover en inzaaien die handel! Stel je eens voor, dat de renovatie zou worden stilgelegd ten behoeve van archeologisch onderzoek. Dan hadden we daar nu nog niet gevoetbald! Alleen ik was op de hoogte van die plek.’
In 1992 neemt Ton het stokje van voorzitter over en benoemt Gerrit tot erevoorzitter. Het nieuwe bestuur zet de ingeslagen koers voort. Als kroon op het werk wordt in 1995 door een groot aantal vrijwilligers een heuse overdekte tribune gebouwd, die vernoemd wordt naar Gerrit Hagens. Tien jaar later wordt deze tribune geheel ontmanteld en weer opgebouwd op de Bakenbos.

‘Terugkijkend op jullie gezamenlijke bestuursjaren bij Sportclub Irene, waar zijn jullie het meest trots op?’ Ton en Gerrit kijken elkaar aan. ‘We hebben gerealiseerd dat Sportclub Irene weer een vereniging met perspectief was. Een club die zich kan ontwikkelen, onafhankelijke van de klasse waarin men speelt. En de schuldenlast was aan het eind van onze bestuursperiode fors omlaag gebracht met als gevolg dat er weer ruimte was om leukere dingen te doen. Tevens hebben we het karakter van Sportclub Irene als familieclub inhoud gegeven. Deze waarde is vandaag de dag niet meer weg te denken bij onze vereniging. Het jubileumfeest op 12 en 13 mei zal dus ook een echte Irene-familiehappening worden. We verheugen ons er al het hele jaar op!’ Na deze woorden bedank ik beide heren voor de tomeloze energie die ze in Sportclub Irene hebben gestoken en sluit hiermee de periode Hagens-Boonhof af. In deel 5 komen de sportieve hoogte- en dieptepunten in de afgelopen 25 jaar aan bod.
Mark Koppers
|
 5. De sportieve ups en downs laatste 25 jaar |
Deel 5 geeft een overzicht van de sportieve hoogte- en dieptepunten in de afgelopen 25 jaar.
De klap van drie achtereenvolgende degradaties van Sportclub Irene naar de vierde klasse dreunt jaren na. Seizoen ’87-’88 is het zevende jaar op rij in de klasse. Het bestuur besluit een nieuwe trainer aan te trekken, zowaar een Venlonaar: Jeu Heger. Ik blik terug op dit seizoen met leider John Konings, aanvoerder John Schouenberg en middenvelder Jan Peters. Jan overhandigt mij een dikke ordner met krantenknipsels van zijn broer Geert, keeper toen. Uitslagen, interviews, alles staat erin. Ik blader door de foto’s en kijk John en Jan aan: ‘Jullie waren de oude, ervaren spelers. En toch gemiddeld pas 25 jaar lees ik hier.’ ‘Dat klopt’ lacht Jan ‘na de vroege uitval van Funs Peeters, waren Frank Faassen, John en ik de routiniers. De gemiddelde leeftijd van het team was 23 jaar.’ Schouenberg: ‘In korte tijd wisten Heger en Konings een hechte groep van de jonge bende te maken.’ Leider John: ‘Dat was het geheim achter onze kracht: een vriendengroep die voor elkaar wilde vechten en altijd kwam trainen. Zoals in het Paasweekend, toen we op zaterdag en maandag de wei in moesten. En évengoed waren allen op Paaszondag present om lekker een balletje te trappen. Belde de moeder van een van de spelers of dat nog wel normaal was!’
Hoe verliep het seizoen eigenlijk? Konings: ‘Na een valse start wisten we elkaar steeds beter te vinden en werd ons aanvallende spel beloond. Halverwege de competitie stonden we derde met vier punten achter koploper BEVO.’ Jan: ‘Tijdens de winterstop hebben we toen extra getraind. Bij de hervatting bedroeg het verschil tussen de nummers 1 en 10 op de ranglijst slechts vier punten. Over een zware klasse gesproken!’ ‘Maar de extra trainingen met broodjes na afloop hebben geloond’ geeft John Schouenberg aan. ‘Wij kwamen als beste uit de startblokken en namen de koppositie over. Echter maar even, want op wedstrijddag zestien liepen we tegen de lamp in Reuver: 3-1 verlies. ‘Achteraf betekende die wedstrijd het breekpunt’ vertelt leider John. ‘Na afloop kwam Jeu het lokaal binnen en riep: En nów waere weej kampioen!’ Met één punt achterstand op BEVO was de druk van de ketel en twee weken later volgde de topper in Beringe. Schouenberg: ‘We rolden ze met 5-0 op en maakten definitief duidelijk wie dat seizoen de beste was! De koppositie hebben we niet meer weggegeven.’ De beslissing valt op 15 mei in Neer. Konings: ‘Het zweet breekt me nog uit als ik terugdenk aan Jeu, die in zijn blauwe wollen ‘overwinningstrui’ langs de lijn stond. Het was 30°C!’ Een 4-0 zege levert Sportclub Irene na dertien jaar eindelijk het lang gekoesterde kampioenschap in de 4e klasse op! Het feest brandt los en in Tegelen worden de kampioenen opgewacht door spelersvrouwen, fans en Harmonie Eendracht. Tijdens de kampioensreceptie barst de Kievit bijna uit zijn voegen. Tot de dag van vandaag is dit nog altijd het enige kampioenschap van Irene sinds 1975.

Het eerste jaar in de derde klasse is wennen, maar levert een verdienstelijke middenmoot positie op. In seizoen ’89-’90 dringt Irene door tot de kwartfinale van het bekertoernooi en treft als tegenstander 2e klasse koploper Venlose Boys. Na een zinderende wedstrijd met 500 toeschouwers aan de Watertoren staat het scorebord op 2-2: penalty’s nemen. Trainer Wiel van Ophoven kiest bedachtzaam zijn schutters. Het is bijna donker als na 17 strafschoppen bij de stand 9-8 voor Irene, de Boys weer aan zet zijn. Heel Sportclub Irene houdt de adem in…met een schitterende reflex pareert Geert Peters de bal. Sportclub Irene staat in de halve finale van de beker! De euforie is van korte duur, want in de halve finale is hoofdklasser Venray toch een maatje te groot. Het team eindigt in de competitie als tweede achter FCV. In seizoen ’90-’91 krijgt Irene last van een nieuw syndroom, dat van de nacompetitie. In zes pogingen lukt het niet promotie af te dwingen naar de 2e klasse. In 1991 is RKMSV Meijel in twee confrontaties te sterk. De eerste wedstrijd eindigt in Panningen voor 1.000 toeschouwers in 0-0. Op herhaling komen zelfs 1.500 mensen kijken maar verliest Irene met 2-1. Er volgen twee seizoenen nacompetitie zonder succes. In 1995 voorkomt Maurice Smeets hoogstpersoonlijk degradatie door in de laatste wedstrijd vier keer te scoren. Er volgen weer twee seizoenen nacompetitie zonder succes. In 1999 eindigt Irene vierde van onder, normaliter geen degradatieplaats. Echter, de KNVB heeft iets nieuws uit de hoge hoed getoverd en wil de Limburgse en Brabantse klassen herindelen. Irene moet zijn periodetitel zelfs inleveren en plotseling om klassenbehoud strijden. In plaats van mogelijke promotie degradeert het eerste team na elf jaar naar de 4e klasse. Saillant detail is, dat Irene-lid Huub Verheijden als trainer van Lomm het vonnis velt (2-1). De geschiedenis herhaalt zich, de club komt deze klap moeizaam te boven. Er volgt een desastreus seizoen in 2001-2002. In een beslissingswedstrijd tegen Achates hebben de rood-wit-blauwen te weinig energie over om de strafschoppen met precisie te nemen: de 5e klasse is een feit, een dieptepunt in de voetbalhistorie van Sportclub Irene.
Het bestuur trekt trainer Huub Verheijden aan om Irene uit de 5e klasse te halen. Het is een moeilijk eerste jaar voor allen die Irene een warm hart toedragen. Maar Huub heeft een reputatie hoog te houden en zijn tweede seizoen verloopt succesvol. Met routinier Jean-Paul Beurskens als leidsman in het veld eindigt Irene achter kampioen Roggel met de zoveelste periodetitel op zak. Dat spelletje heeft Irene al vaker gespeeld, alleen nog nooit met Huub als trainer! Vesta uit Melick wordt met 4-1 eenvoudig opzij gezet. Maar Quick Boys doet dat net iets beter (4-0) en in een spannende partij tegen Quick blijft Irene steken op 1-1, waardoor de club uit het Hagerhof op doelsaldo promoveert. In de herkansing wint Irene vervolgens van OVSC uit Sittard en de Heeg uit Maastricht. Opnieuw speelt het team een finale, dit keer tegen Juliana uit Mill. Zal het syndroom weer de kop opsteken? De halve vereniging reist naar Overloon om getuige te zijn. In een wedstrijd waarin beide partijen elkaar weinig toegeven, schudden de Irenemannen eindelijk het juk van zich af en geven net dat beetje extra wat in de nacompetitie nodig is. De 3-1 overwinning betekent terugkeer naar de 4e klasse! Twee seizoenen later promoveert Sportclub Irene opnieuw via de nacompetitie. In de finale wordt Nijnsel in de 92e minuut met 2-1verslagen en is de 3e klasse weer bereikt. Nu is het voor iedereen duidelijk dat Sportclub Irene van het nacompetitie syndroom verlost is. Het is mooi om in het jubileumjaar terug te zijn in de derde klasse. Hopelijk brengt de toekomst nog meer sportieve successen en keert ons eerste elftal ooit terug in de 2e, misschien wel 1e klasse. Het is voor 99% zeker, dat Sportclub Irene dit jaar toch een kampioenschap vieren, namelijk dat van Dames 1. In het laatste deel (6) leest u hoe dit afloopt.
Mark Koppers
|
 6. Laatste 10 jaar en vooruitblik |
In deel 6 over de geschiedenis van deze fantastische Tegelse voetbalclub praat ik met de huidige voorzitter Frans Schatorjé over de voorbije tien jaar én de start van de tweede honderd jaar van Sportclub Irene.
In 1997 neemt Frans Schatorjé het voorzitterschap van Ton Boonhof over. Frans is een buitenstaander, blanco wat betreft Sportclub Irene maar met open vizier en bereid de kar te trekken. Zijn hart ligt bij handbalvereniging Eksplosion, tien jaar later heeft dat grotendeels plaats gemaakt voor het Irene familiegevoel. ‘Bij mijn aantreden herinner ik me het cultuurverschil met de handbalsport,’ begint Frans. ‘Opvallend veel inzet van vrijwilligers, die altijd voor de club klaarstaan, en een gezellig maar verouderd complex in een sfeervolle, bosrijke omgeving. Voetbaltechnisch viel me op, dat de aansluiting tussen jeugd en seniorenteams voor verbetering vatbaar was. De oorzaak van het gebrek aan 20-30 jarigen in de selectie lag in de periode beginjaren tachtig, toen er weinig aanmeldingen waren. En ik constateerde dat de sfeer in het eerste elftal minder goed was, er werd niet voor elkaar geknokt en ik miste teamspirit. Dát heb ik als eerste opgepakt: van de selectie weer een eenheid smeden. Voetbaltechnische zaken liet ik over aan experts, ik ben immers een handballer.’ Frans vervolgt: ‘Het eerste degradeerde in 1999 naar de 4e klasse, enkele jaren later degradeerden we zelfs naar de 5e klasse, een dieptepunt voor Sportclub Irene.’ ‘Had je toen geen spijt van je keuze om voorzitter te worden?’ Een resolute Frans: ‘Geen minuut aan gedacht. Mijn capaciteiten liggen niet op voetbaltechnisch gebied, maar op bestuurlijk en organisatorisch vlak. Daarop heb ik als voorzitter het meest gefocust. Een dergelijk grote vereniging als de onze moet allereerst een duidelijke structuur en organisatie hebben, wil ze haar verenigingswaarden kunnen uitdragen en waarmaken. Daaraan hebben we als bestuur voortdurend gewerkt. De sportieve successen zouden vanzelf volgen.’
Frans: ‘We hadden bovendien andere kopzorgen. Het dak van de kantine was toe aan renovatie: er stonden binnen emmers opgesteld om het regenwater op te vangen. Ook de keuken en toiletten verkeerden in een slechte toestand. De bouwtekening was al klaar toen zich een geheel nieuwe, bedreigende situatie voor onze club aankondigde met de aanleg van de A74. Ik spreek over eind jaren negentig. De bouwplannen werden in de ijskast gezet en alle energie werd in het behoud van ons complex aan de Watertoren gestoken. Dat was ook de wens van het merendeel van de leden.’ ‘Het was vechten tegen de bierkaai’ herinner ik me. ‘Achteraf gezien heb je gelijk’ geeft Frans toe, ‘maar op zo’n moment ga je als bestuur en vereniging voor lijfsbehoud op de plek die je al zo lang lief is. En ik kan je verzekeren dat we ver gegaan zijn!’ Alle protesten en smeekbedes mogen niet baten. Najaar 2003 hakt gemeente Venlo de knoop door en dwingt Sportclub Irene uit te kijken naar een nieuw complex. Voor Frans en zijn bestuur breekt een nieuwe episode aan. Frans: ‘De dag na de beslissing denk je al na over een nieuw complex. Ook hier geldt, zet op papier wat je wilt als vereniging en communiceer dit duidelijk naar leden en gemeente. We hebben een plan van eisen opgesteld voor de verhuizing en de locatie: kantine, kleedruimtes, aantal velden etc. Het bestuur kreeg nieuwe energie, een lange periode van onzekerheid was voorbij en we konden eindelijk bouwen aan de toekomst. En we zijn allemaal trots op de schitterende accommodatie die er nu ligt.’
Nu de aanstaande verhuizing zeker is, kan het bestuur meer aandacht schenken aan de organisatie van de vereniging. Frans: ‘Allereerst hebben we ons gefocust op de jeugd en hun aansluiting op de seniorenteams. De oudere jeugd is meer betrokken bij de vereniging door ze als jeugdleider in te zetten. Tweede aandachtspunt betrof de vrijwilligers. Ik heb een vrijwilligersavond geïnitieerd om iedereen voor zijn inzet te bedanken. Deze jaarlijkse happening is nog steeds een groot succes! Clubblad de Inzjwinger is nieuw leven ingeblazen en er is een website gebouwd.’ ‘Klinkt ambitieus, maar een dergelijke aanpak kost geld. En daar ontbrak het bij Irene toch aan?’ ‘Inderdaad, we verkeerden financieel nog steeds in een redelijk krappe situatie. Ruud Timmermans, Rob Noten en Rene van der Putten hebben toen de stichting Tricolore nieuw leven ingeblazen.’ Ruud Timmermans, voorzitter van Sponsorclub Tricolore, schuift aan: ‘Het herwonnen aanzien van Sportclub Irene in Tegelen bood kansen meer sponsorinkomsten te genereren en zo de onstuimige groei van de vereniging te faciliteren. Inkomsten die de club in de breedste zin van het woord inzet, bijvoorbeeld voor materiaal, accommodatie en organisatie. Ik wil benadrukken, dat wij het sponsorgeld niet gebruiken om externe spelers aan te trekken of selectiespelers te bevoordelen. Om de professionalisering van de jeugdafdeling te versnellen, is besloten om naast hoofdsponsor George Vossen Groep een aparte jeugd hoofdsponsor aan te trekken, Hands to Work. Een vereniging van 800 leden kan simpelweg niet zonder extra inkomsten. Ik kan je verzekeren dat zonder steun van de vele sponsors die onze club rijk is, het prachtige complex aan de Bakenbos er niet was gekomen. Dat geldt ook voor het jubileum dit jaar: zonder sponsors geen feest! Een bedankje voor alle sponsors van Sportclub Irene is dus op zijn plaats.’

De club groeit nog steeds als kool, vooral bij de jeugd. Frans: ‘Onze grootte maakt een andere bestuurstijl noodzakelijk. Er zijn nu diverse commissies met een eigen vergaderstructuur, die zelfstandig opereren en hun activiteitenplan en budget jaarlijks met het hoofdbestuur afstemmen. Deze nieuwe structuur staat nu en daar ben ik trots op: mijn opvolger komt in een gespreid bedje.’ Dat is waar ook, Frans is al tien jaar voorzitter en vindt het tijd voor een ‘afmaker’. ‘Ik heb fantastische gebeurtenissen meegemaakt, van eindeloze promotiedegradatie-wedstrijden tot en met de opening van dit schitterende complex. Het jubileumjaar is een mooi moment om te stoppen. Sportclub Irene is nu zodanig ingericht, dat we voorbereid zijn om te groeien van 800 naar misschien wel 1.000 leden. Onze ambities en doelstellingen zijn helder verwoord in een koersdocument. Aan de sportieve resultaten mag een opvolger werken, iemand met meer verstand van voetbal dan ik. Het profiel is opgesteld en we peilen nu potentiële kandidaten. Tijdens de jaarvergadering in september verneemt iedereen het resultaat. Mijn laatste maanden als voorzitter worden sowieso een hoogtepunt, daar ben ik van overtuigd. Als je de inzet van leden en vrijwilligers bij de organisatie van het jubileum ziet, kan het gewoon niet meer stuk! En we vieren dit jaar een prachtig kampioenschap, dat van Dames 1. Deze jongste loot aan de Sportclub Irene stam is pas drie jaar bezig en heeft bewezen een echte versterking van onze vereniging te zijn. Zij maken het familiegevoel bij Irene compleet. Dat bijzondere kenmerk wordt nog eens onderstreept bij de jubileumopening komende zaterdag om 15.00 uur. De aftrap van Sportclub Irene tegen Oud-VVV wordt verricht door ons 800e lid, de bijna vijfjarige Luc Beurskens en de 90-jarige Heinz Coppus, die 1 februari jl. 75 jaar lid was. Elke generatie voelt zich thuis bij Sportclub Irene. Ik nodig alle leden, oud-leden en vrijwilligers van harte uit onze jubileumfestiviteiten bij te wonen.’ Na deze mooie woorden bedank ik Frans voor zijn geweldige inzet voor onze vereniging in de voorbije tien jaar en komt er een einde aan de kroniek 100 jaar Sportclub Irene.
Mark Koppers
|
|
|
|
 |
Oude foto's ?
|
|
|
|
|
Zo nu en dan worden er bij Sportclub Irene interessante foto's, krantenartikelen, clubbladen, brieven e.d. afgegeven. Deze overleveringen zijn vaak van grote historische waarde. Al deze artikelen zijn dan ook erg welkom. Alles wordt centraal verzameld en bewaard. In de toekomst wordt hier wellicht een heus archief van aangelegd.
Heeft u zelf zaken uit het verleden of kent u mensen die gaan verhuizen of de zolder opruimen en de voor Sportclub Irene waardevolle spullen niet zelf meer willen bewaren, laat het ons dan weten en wij halen het op. Stuur een email of bel Maurice Beurskens. Laat de toekomst, maar zeker ook de historie niet verloren gaan!
|
|
|
|
|
|
|
|
|